In deze rubriek genaamd Van Unnik Praat krijgen we een kijkje in de keuken bij SG&PL. Docenten, studenten, stagiaires, of andere SG&PL insiders komen aan het woord in deze rubriek. Vandaag presenteren wij: Erik Beijaard, hij ging voor een half jaar naar Melbourne, Australië.

Ik kwam zo’n twee weken geleden de vugskamer binnen lopen op zoek naar een kopje koffie toen Titus aan mij vroeg of ik een stukje wilde schrijven voor de Oikos. De reden hiervoor is dat ik de afgelopen 7 maanden op uitwisseling in Australië zat en dat kan misschien interessant zijn voor mensen die zelf nog weg willen gaan!

Voor mij, en waarschijnlijk velen andere, begon het studeren in het buitenland als een vaag concept dat op zich wel leuk zou zijn om ooit te doen. Ik schreef me daarom in voor een informatie avond en toen begon ik met het kijken naar geschikte universiteiten. Vaak hoor je dat een uitwisseling een grote vakantie is omdat het niveau in het gastland een stuk lager is dan wij in Utrecht gewend zijn. Dit wilde ik anders doen en daarom werden mijn eerste en tweede keus de National University of Singapore (de ‘nummer 12’ van de wereld), en het Imperial College London (nummer 9). Dit bleek iets te optimistisch ingeschat en ik werd (achteraf gezien gelukkig) ingedeeld bij mijn derde keus: het Royal Melbourne Institute of Technology, een universiteit van ongeveer hetzelfde niveau als Utrecht.

Dan begint het proces van: aanmelden bij de gastuniversiteit, inschrijven voor vakken, aanvragen van een visum, een verplichte zorgverzekering nemen, kijken naar een onderdak, scholarships regelen, ov vergoeding krijgen, vlucht boeken, een financieel plan maken en nog veel meer. Het feit dat het semester in Australië ongeveer twee weken na het einde in Utrecht begon en dat het leven in Australië erg duur is, betekende dat ik naast mijn vakken redelijk wat moest regelen in een korte tijd. Gelukkig kon ik dit proces samen doen met studiegenootjes Feike en Aimee die ook naar RMIT zijn gegaan. De meeste dingen lukte op tijd, bij aankomst in Australië moest ik nog alleen nog even zorgen dat ik een huis vond om in te wonen, het liefst ergens onder de 800 dollar per maand. Uiteindelijk vond ik een huis 2 minuten lopen van de universiteit en het centraal station en later heb ik nog even gewoond in het voorbeeld van een gentrification hippe buitenwijk.

Het semester begint met een introductieweek, wat aan de ene kant een erg geforceerde boel is, maar ook een goede manier om meteen de stad te leren kennen en vrienden te maken. Dit was ook de eerste nacht waar ik ‘wijn’ uit een doos leerde kennen en waarvan ik mij niks meer herinner. Het bijzondere van een uitwisseling is dat je op een plek komt met nog vele andere studenten die allemaal aan een nieuw leven beginnen en nieuwe vrienden zoeken. Vrienden zijn dan dus ook zo gemaakt. Tel hier bij op dat de mensen in Melbourne ongelooflijk vriendelijk zijn en dat er in deze stad al-tijd iets geweldigs wordt georganiseerd en je hebt gegarandeerd en geweldige tijd! Na zo’n 4 maanden studeren heb ik een vak moeten laten vallen omdat dit te moeilijk was maar de andere 4 gehaald met een 8.

Na al dat harde studeren was het tijd om de zomervakantie die ik in Nederland gemist had eindelijk in te halen. In het semester zelf kon ik gelukkig al een paar weken weg naar onder andere Uluru (die grote rode steen midden in de outback) en naar het zuidelijke deel van de oostkust. Hierdoor had ik na het semester meer tijd over voor andere plekken en dus ben ik 2 keer in Nieuw Zeeland en Australië geweest en daar heb ik ongelofelijk mooie tijd gehad. Kamperen op de mooiste plekken, duiken, de jungle in, zeilen, op stranden chillen, vulkanen beklimmen en natuurlijk de geograaf uithangen in heel veel verschillende steden.

En voor je het weet zit je weer op het vliegtuig naar Nederland! Na 40 uur reizen ga je van 35 naar 5 graden en is eigenlijk gek genoeg helemaal niks verandert. Het sociale leven pik je zo weer op en het studeren gaat ook weer redelijk goed. Aan de ene kant is dat heel fijn, aan de andere kant lijkt het daardoor alsof je nooit bent weggeweest. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog: