In deze rubriek genaamd Van Unnik Praat krijgen we een kijkje in de keuken bij SG&PL. Docenten, studenten, stagiaires of andere SG&PL insiders komen aan het woord in deze rubriek. Vandaag presenteren wij: onze eigen redacteur Demi van Weerdenburg, over het afstuderen tijdens haar master Urban Geography en haar stage.

Ik ben het type ‘stoomtrein’-student. Na drie jaar SGPL besloot ik meteen door te gaan studeren in de masterfase. Toe aan nieuwe academische uitdagingen, zin om in de wereld van stadsgeografie te duiken. De vraag ‘wat na de master?’ leek nog een ver-van-mijn-bed-show. Even snel als mijn studie pad, denderde het eerste semester van de master voort. Tijdens deze periode veranderde iets. Er begon iets op mijn geweten te knagen. Voordat ik het wist, begon ik langzaam te veranderen in een carrièretijger compleet met twee kantjes CV en een professionele LinkedIN foto, op zoek naar een afstudeerstage. Er kwamen evenementen onder de noemer ‘arbeidsoriëntatie’ en ‘carrière dag’. Ik moest in workshops uitzoeken wat mijn kernkwaliteiten zijn: waarom zou een werkgever juist mij willen aannemen? Lastig denkwerk, waar ik eerlijk gezegd nog niet helemaal uit ben. Vraag me al helemaal niet wat ik ga doen als ik mijn thesis heb ingeleverd. Ga ik dan werken of nog even niet? *

Inmiddels reis ik zo’n vier dagen per week af naar een kantoor in Amersfoort. Daar blijkt dat praktijk van de geo-wereld waarin ik mij bevind (gericht op geo-informatie en beleid) en geografie als wetenschap nog wel een eind van elkaar af liggen. In de eerste week keken collega’s mij verbaasd aan dat ik niet wist wat de BGT was. “Je studeert toch géógrafié?” vroegen ze beduusd. De BGT is trouwens de Basisregistratie Grootschalige Topografie, een gedetailleerde basiskaart van Nederland. Ik denk dat we deze best tegen komen tijdens een cursus GIS, alleen niemand vertelt ooit waar deze informatie vandaan komt. Kom ik daar met mijn verse kennis over de actor-netwerk theorie en mijn essay over Jane Jacobs’ visie op de postmoderne consumptiestad… Enerzijds word ik gezien als de student met de wetenschappelijke kennis van zaken (jaja) waar mijn nieuwe collega’s inzichten van kunnen leren, anderzijds kan ik leunen op het feit dat ik de jonge stagiair ben en dus vooral nog lerende.

Ik kan je wel inmiddels een drie nuttige tips delen die ik geleerd heb in de afgelopen tijd. Ik deel ze graag, omdat ik stiekem wel vind dat de universiteit naast de focus op wetenschap ook studenten wegwijs moet maken voor de toekomst:

  • Wacht niet op vacatures, schrijf gewoon naar bedrijven die je aanspreken en waar je zou willen stage lopen (of werken).
  • LinkedIn hebben is handig, maar recruiters hebben mij ingefluisterd dat je er vooral ook actief mee moet zijn. Houd je pagina up-to-date, deel berichten en vind berichten interessant.
  • Sommige studenten hebben van begin af aan al een duidelijk doel voor ogen, maar de weg er naar toe vinden is net zo interessant en leerzaam.

Omdat ik een afstudeerstage loop, ben ik naast werklunches, koffie drinken in de kantine, overleg, werksessies en het schrijven van rapporten voornamelijk bezig met mijn master thesis. En dan mis ik ‘mijn’ Uithof best wel. Geloof me, de wereld op kantoor lijkt eigenlijk op een dag in de UB. Er zijn mensen die hun spullen uitstallen op een flexplek en de hele dag verdwijnen in overleg. Er zijn mensen die heel vaak koffie halen. Tikkende toetsenborden die net iets te veel geluid maken. Ik heb alleen nog niemand betrapt op het kijken van series tijdens het werk.

Maar op dagen dat ik eens een dagje thuiswerk (lees in de Universiteitsbibliotheek vertoef) en €2,20 moet betalen voor welgeteld drie slokken cappuccino, ben ik blij dat op kantoor de waterkoker en het koffieapparaat dichtbij staan.

 

* Waarschijnlijk ga ik eerst een goed feestje vieren.