Je kent het misschien wel, de zoveelste nieuwbouwflat in de stad waar je woont waarvan je je afvraagt of iemand daarop zit te wachten. En tot je verbazing blijk je gelijk te hebben en staat het jaren leeg. Bouwwerken zonder enig of vrij weinig nut worden aangeduid met de term “Grand Travaux Inutiles”(GTI), wat vrij vertaald “Grote Nutteloze Bouwwerken” betekent. De Franse oorsprong van deze term is niet toevallig, want het zijn onze zuiderburen die de twijfelachtige eer dragen van “Koningen van de nutteloze bouwwerken”. Om je een idee te geven wat voor bouwwerken de titel GTI verdienen en vooral ook waarom ben ik maar eens in een aantal van dit soort projecten gedoken.

Dat België veel nutteloze bouwwerken kent is mede veroorzaakt door de zogenoemde “wafelijzerpolitiek”, een manier van begroten die decennia lang de Belgische politiek domineerde. Dit hield in dat als Vlaanderen geld kreeg voor een project, Wallonië evenveel geld moest krijgen voor een vergelijkbaar project. In de jaren 70, toen deze wafelijzerpolitiek nog de standaard manier van budgetteren was, had de haven van Brugge (in Vlaanderen) behoefte aan een uitbreiding door de sterk toegenomen scheepvaart. De Belgische regering vond dat toen waarschijnlijk ook een goed idee, dus de uitbreiding werd goedgekeurd, maar dit betekende dat Wallonië ook een scheepvaartproject moest krijgen. Daarom werd besloten om in Wallonië een scheepslift te bouwen bij de steenkoolmijn Bois-du-Luc, om zo een makkelijke transportroute te creëren voor de mijn en nabijgelegen staalindustrie. Wederom was dit op het eerste gezicht een prima idee, maar wat men bij de start van de bouw in 1977 “vergat” was dat de steenkoolmijn al in 1973 gesloten was en dat in 1974 een wereldwijde staalcrisis was uitgebroken waar Wallonië nooit meer helemaal bovenop zou komen. Maar goed de bouw werd doorgezet, en in 2002 (na 25 jaar!) was de lift eindelijk klaar, met het kleine probleem dat de industrie waarvoor het bedoeld was niet meer bestond, de kosten bijna verviervoudigd waren tot 625 miljoen euro en de lift is maar half in gebruik.

In dezelfde provincie waar deze scheepslift zich bevindt (de provincie Henegouwen) begon men in de jaren 70 ook aan een ander wederom ‘fantastisch’ project. De industriestad Charleroi, met een inwoneraantal van 200.000 en nog eens 300.000 inwoners in de regio, had net zoals andere Belgische steden waaronder Brussel en Antwerpen behoefte aan een metronetwerk om zo de verkeersproblemen in de stad op te lossen. Dus werd er een netwerk gepland van 8 lijnen, 52 kilometer lang en 69 stations, hetgeen vrij groot is in opzet omdat een groot deel van de regio (buiten Charleroi) vooral platteland is. 15 jaar later waren de kosten al opgelopen tot 375 miljoen euro en ruim 43 jaar na de start is ongeveer de helft daadwerkelijk afgebouwd en gedeeltelijk in gebruik, maar de andere helft is nooit gebouwd of ligt er verlaten bij.

Het ongebruikte metronetwerk in Charleroi biedt een trieste aanblik Bron www.Skynet.be

Metrostation in Charleroi. Bron: www.Skynet.be

Nederland lijkt het wat dit soort projecten betreft toch wat beter voor elkaar te hebben. Niet voor niets is planologie iets typisch Nederlands en wordt er over het algemeen veel aandacht besteed aan onderzoek voordat er gebouwd wordt. Maar ook in Nederland gaat het soms wel eens mis. Het gaat dan vaak niet om per se nutteloze projecten maar dat projecten net zoals in België financieel uit de hand lopen en gigantisch vertraagd raken is ook hier niet uitzonderlijk. Het bekendste project in die categorie is misschien wel de Noord-Zuid Lijn, de geplande metrolijn van Amsterdam-Noord naar Amsterdam-Zuid. In 2002 werd het besluit voor de bouw genomen en zou deze opgeleverd moeten worden in 2011 met een kostenpost van 1,4 miljard euro. 15 jaar later is deze metro, door problemen met de bouw, gesneuvelde bewindslieden, failliete bedrijven (zoals Imtech) nog steeds niet in bedrijf en zijn de kosten opgelopen tot 3,1 miljard euro en staat de oplevering gepland voor Juli 2018.

Uit deze projecten blijkt maar weer eens dat dingen nog zo goed gepland en begroot kunnen worden, het toch altijd mis kan gaan. Soms zijn de ambities gewoon te groot, de kosten wat te positief ingeschat maar soms is het ook gewoon een heel dom idee.