In deze rubriek genaamd No Access Card Needed (Voorheen Van Unnik Praat) krijgen we een kijkje in de keuken bij SGPL. Docenten, studenten, stagiaires of andere SGPL insiders komen aan het woord in deze rubriek. Vandaag presenteren wij: Ton van Rietbergen;
over oude mannen en dingen die niet voorbij gaan

Ooit mocht ik met collega Frank van Dam een briefwisseling voeren die wekelijks werd afgedrukt in het toen nog bestaande Ublad. Gewoon op papier, iets wat vandaag de dag ondenkbaar is. Later is dit alles zelfs onder de kop ‘Interne Post’ in boekvorm uitgegeven en aan alle medewerkers van de faculteit uitgereikt. Op de kerstman, alias Leo Paul, na: die in het voorwoord o.a. kort en krachtig meldde: ‘lees dit boekje niet. Gooi het in de open haard, begeef u in de samenleving, en gebruik uw rudimentair intellectuele gaven om het land te redden van de ondergang’, sprak het de meeste mensen, waaronder Sinterklaas die meldde: ‘Let niet op die charlatan van een kerstman, want interne post is een absolute aanrader’ wel aan. De briefwisseling beslaat de periode 2000-2002 en het was met de opkomst van Pim Fortuyn en zijn moord op 6 mei 2002 een tamelijk roerige tijd waar de huidige studenten slechts beperkte kennis van zullen hebben.

In de afgelopen 18 jaar is er veel veranderd maar ook veel hetzelfde gebleven. Zo meldt Frank: ‘Het studiejaar is weer begonnen en dat weet je het wel. Op het eerste werkcollege was het meteen raak. Van de zestien studenten die ik verwachtte, waren er slechts negen komen opdagen. Slechts één van hen had het werkcollege, zoals de bedoeling was, voorbereid en de thuisopdracht van tevoren ingeleverd.’ Deze situatie lijkt me van alle tijden want de keren dat alle studenten aanwezig zijn en de literatuur tot in de puntjes hebben bestudeerd, zijn helaas op de vingers van één hand te tellen. Sterker, meerdere malen kreeg ik een matige beoordeling omdat de medestudenten de stof niet hebben gelezen en niet tot zinvolle discussie in staat. Ook toen al was het broodnodige bijbaantje een geduchte concurrent. Als oplossing opperde ik om onze vijand, het kortstondige genot van het beschikken over geld, met gelijke munt terug te betalen. In mijn voorstel zou het collegegeld verdubbelen maar zou elk gehaald vak geld opleveren. En natuurlijk kan de student die alles in één keer en met een 8 afrondt een stevige bonus verwachten. Nog steeds een geniaal plan denk ik maar helaas niet overgenomen door de onderwijshervormers. 

Er is ook veel veranderd in het leven van de geografiedocent zoals een nieuw gebouw, waar ook Ruud Bosch en Anne van Wijk het in eerdere bijdragen al over hadden. Prachtig en duurzaam maar ik mis de geur van afbraak en dat studenten nog slechts met bezoekers pas binnen mogen is een definitieve breuk met ons democratische verleden. Ook ontbreekt in ons fonkelnieuwe gebouw de door mij zo geliefde graffiti op de wc’s.

‘poep instructies voor docenten’

Gelukkig hebben onze gouden docenten wc’s wel instructies hoe wij worden geacht te plassen en poepen en dat maakt weer veel goed. Voor mensen die al langer wil weten hoe je deze essentiële menselijke handelingen hoort te verrichten kom gerust eens kijken. Wel eerst even een pasje halen natuurlijk.

Ik besluit echter met iets wat in de wetenschap eigenlijk niet hoort. Zelfcitatie namelijk maar een hele vroege column over het fenomeen `oprotzes’ kan niet onder het stof blijven. Deze inmiddels ingeburgerde term gebruikte ik als één van de eersten en is  gereserveerd voor de doctoraalstudent, nu master die na ruim 5 jaar zijn gedachten en teksten nog steeds voornamelijk laat structureren door de tekstverwerker en de wereld blasé gade slaat. Een `oprotzes’ betekent in zo’n geval winst voor iedereen. Hoe ziet zo’n `oprotzes’ er eigenlijk uit, willen jullie vast wel weten. Kun je deze naar uiterlijk of gedrag typeren? Ja, als de oprotzes de collegebanken al binnenstapt dan herken je deze meteen aan de verveelde blik. Aan afspraken, vooral die met mede-studenten, houdt de oprotzes, zich niet, waardoor groepswerk tot een hel wordt en beoordeling een ramp. Het lezen van artikelen, laat staan boeken, vindt de oprotzes zonde van zijn tijd en colleges vroeger dan 11 uur zijn aan deze niet besteed. En niet omdat de oprotzes zo’n gepassioneerd stapper is. Nee, het is voor hen meer een principe. De echte stappers en de drijvende krachten achter de facultaire feesten zijn er namelijk wel en veinzen aandacht. Tegelijkertijd klaagt de ‘oprotzes’ dat het allemaal zo slecht geregeld is. Zelfkritiek is aan de oprotzes niet besteed, `maar dat staat er toch’, is zijn handelsmerk. In tegenstelling tot de betere student, die tot je eigen verwondering aan je lippen hangt, accepteert de oprotzes je oordeel pas als je ten einde raad het autoriteitsargument uit de kast haalt. Het meest ergerlijke aan de oprotzes is dat deze de echte, eerlijke zes in de wielen rijdt.

Het boek Interne Post met de brievenwisseling tussen Ton en Frank is komende week in te zien op de V.U.G.S kamer

Ton van Rietbergen