Door decentralisatie van het rijk naar de gemeenten krijgen steden wereldwijd steeds meer macht. Gaan we naar een wereld toe waarin niet de landelijke politiek, maar de stedelijke politiek centraal staat? Een wereld bestuurd door burgemeesters?

De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb droomde er al meermaals hardop over: een wereld waarin steden het belangrijkste politieke toneel vormen. Geïnspireerd door de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber gaf Aboutaleb twee maanden geleden een lezing namens het weekblad Elsevier, getiteld ‘de roep van de stad’. Hierin sprak hij over ‘de grote stad’ die steeds meer de aanjager wordt van de economie. Innovatie en creativiteit leiden volgens de burgemeester tot economische groei, en laat de grote stad nou net de broedplaats hiervoor zijn. Ondertussen ziet de rijksoverheid steden echter nog altijd als uitvoeringsorganisatie van het rijk, en dat moet veranderen: landelijke politiek kan zich beter naar stedelijke politiek voegen in plaats van andersom, vindt Aboutaleb.

De steden aan de macht dus. Het lijkt wellicht een vreemd, utopisch voorstel van Aboutaleb. Een voorstel wat hem, als burgemeester, natuurlijk wel goed uit zou komen: eentje uit de categorie “Wij van Wc-eend adviseren Wc-eend”. Bovendien lijkt het idee louter gericht op economische groei. Toch zit er wel degelijk een diepere gedachte achter zijn opvatting.

Steden staan aan de wieg van de huidige democratie. Eén van de eerste voorbeelden hiervan is het oude Athene, waar al in het jaar 508 voor Christus een democratie wordt ingesteld.  Als we een sprongetje in de tijd maken, naar de tweede helft van de Middeleeuwen, zien we dat er ontzettend machtige steden ontstaan. Genua, Venetië, Florence, en later Amsterdam en Antwerpen, vormen het centrum van de wereldhandel. Daarna wordt de wereldbevolking te groot om bestuurd te worden vanuit steden. De natiestaat ontstaat en het bestuurlijk centrum verschuift van steden naar staten. Tot op de dag van de dag is die natiestaat het belangrijkste bestuurlijke niveau.

Ondertussen hebben er echter twee cruciale ontwikkelingen plaatsgevonden. Ten eerste is de  wereldbevolking als een komeet omhoog geschoten. Door de enorme omvang van de huidige samenleving hebben burgers steeds minder vertrouwen in natiestaten. Men voelt zich niet meer vertegenwoordigd door de nationale politiek. Zo heeft, volgens het CBS, twee derde van de Nederlandse bevolking geen of weinig vertrouwen in de Tweede Kamer. De bevolking is te groot geworden om op nationale schaal democratisch te besturen.

Ten tweede hebben we in deze wereld meer en meer te maken met  globale problemen, die zich niks aantrekken van landsgrenzen. Als je nu je tv aanzet krijg je direct twee goede voorbeelden hiervan op je bord: migratie en terrorisme. Ook hiertegen is de natiestaat geen succesvol instrument gebleken. Landen stellen hun eigen belangen voorop. Van internationale samenwerking om problemen om te lossen komt vaak weinig terecht. Een goed voorbeeld is de Europese Unie, die bij het vluchtelingenprobleem lelijk door de mand is gevallen.

De landelijke schaal voldoet blijkbaar niet meer als bestuurlijk centrum in de huidige samenleving. Tot zo ver lijkt Aboutaleb’s punt gegrond, maar waarom zouden steden dan wél voldoen? Simpel. Steden zijn kleiner, en zo voelen burgers zich veel meer betrokken bij het bestuur van de stad. Democratie werkt op deze schaal nog. Waar de Nederlandse overheid na jaren steggelen pas tot een (halve) maatregel komt, zijn steden veel pragmatischer. In de stad is helemaal geen tijd voor ideologisch gesteggel tussen een linkse en een rechtse partij: hier moet gewoon elke week het vuilnis worden opgehaald.

Ook zijn steden veel geschikter om wereldproblemen op te lossen. Tussen steden is namelijk veel minder strijd. Landen rivaliseren met elkaar. Steden niet. Als, pak ‘m beet, Boedapest groeit, heeft Amsterdam hier geen last van. Steden zijn hierdoor veel effectiever dan landen als het op globale problemen aankomt. Waar nationale overheden amper iets weten uit te richten tegen de opwarming van de aarde, stelt Utrecht doodleuk een milieuzone in om de CO2-uitstoot te verminderen.

De pragmatiek en het probleemoplossend vermogen van steden zijn bijzondere kwaliteiten, die in deze door natiestaten geregeerde wereld nog niet genoeg uit de verf komen. Zeker met het oog op de IS-dreiging en de vluchtelingenstromen hebben we deze kwaliteiten meer dan ooit nodig. Goede samenwerkingsverbanden en directe informatie-uitwisselingen tussen steden kan bijvoorbeeld helpen in de bestrijding tegen terrorisme, dat natuurlijk vooral in steden plaatsvindt. Misschien is Aboutaleb’s idee toch zo gek nog niet.

“De roep van de stad”, de lezing die Ahmed Aboutaleb gaf namens het weekblad Elsevier, is hier in zijn geheel terug te zien: https://www.youtube.com/watch?v=myZYbBobfAU. De ideeën die hierin naar voren komen zijn grotendeels gebaseerd op het boek ‘If Mayors Ruled the World’ van Benjamin Barber.